Sinds de oprichting van het Huis voor Klokkenluiders tien jaar geleden heeft het ruim 4.000 mensen die een misstand op het werk vermoeden (potentiële klokkenluiders), ondersteund met advies of onderzoek. De vermoedens varieerden van fraude & corruptie, milieudelicten, onveilige werksituaties, gevaarlijke consumentenproducten, verkeerde omgang met data en persoonsgegevens tot atoomspionage. Na tien jaar vindt het Huis dat de bescherming van klokkenluiders nog beter moet door onder andere het wettelijk regelen van toezicht en handhaving op de verplichtingen van de wet.

“Klokkenluiders zijn van alle tijden en hebben wereldwijd meer fraude aan het licht gebracht dan accountants. Het is daarom van groot belang dat individuele werknemers die misstanden aan de orde stellen, goed beschermd worden”, zegt Cornelis van der Werf, voorzitter Huis voor Klokkenluiders. “We mogen trots zijn dat we in een land leven waar een Wet bescherming klokkenluiders is. Tegelijkertijd constateer ik dat de bescherming van klokkenluiders nog verder verbeterd kan en moet worden, waardoor naar verwachting de bereidheid om te melden ook zal toenemen.”

Toezicht en handhaving op de Wbk nodig

Ondanks dat de wet al tien jaar voorschrijft dat werkgevers een meldregeling moeten hebben en melders van misstanden niet mogen benadelen, gebeurt dat in de praktijk nog heel vaak. Het afgelopen jaar ondervond negen op de tien melders, die contact opnamen met het Huis, een vorm van benadeling. Van der Werf: “Wat nog ontbreekt, is toezicht en handhaving op de wet, inclusief sanctiebevoegdheid voor het Huis. Zolang er geen consequenties verbonden zijn aan het niet naleven van de wet, verwachten wij niet dat de situatie echt zal veranderen. We moeten klokkenluiders juist waarderen in plaats van afserveren. Daarom moet die laatste stap nu echt gezet worden en daar is aanvullende wetgeving voor nodig.”

Deze tijdlijn is onderaan de pagina te downloaden

Preventie, advies en onderzoek onder één dak

Het Huis voor Klokkenluiders adviseert en ondersteunt zowel werknemers die maatschappelijke misstanden willen melden, als werkgevers over het inrichten van een goed integriteitsbeleid en meldregelingen. Veel van de activiteiten en inspanningen van het Huis zijn er op gericht om ervoor te zorgen dat signalen en meldingen binnen bedrijven en (overheids)organisaties zelf worden opgepakt. Bijvoorbeeld door interventies, zoals mediation. Daarnaast kan het Huis klokkenluiders doorverwijzen voor psychosociale ondersteuning of juridische bijstand. Wanneer er geen andere inspectie of autoriteit op het gebied van de vermoede misstand is, kan het Huis ook onderzoek doen naar de misstand. Het Huis is als enige autoriteit bevoegd om benadeling van de melder te onderzoeken.

In de afgelopen tien jaar heeft het Huis:

  • 4.000 (potentiële) klokkenluiders ondersteund met onafhankelijk advies
  • 2.200 werkgevers van advies voorzien over integriteitsbeleid en het opzetten van meldregelingen
  • 125 keer interventies gedaan zoals mediation, het toekennen van juridische bijstand of verlenen van psychosociale ondersteuning
  • 250 vooronderzoeken / onderzoekstoetsen uitgevoerd n.a.v. van een klokkenluidersmelding
  • 20 onderzoeksrapporten naar benadeling van klokkenluiders en/of misstanden gepubliceerd
  • Een nationaal netwerk opgezet met de negen bevoegde autoriteiten die in de Wet bescherming klokkenluiders zijn opgenomen als extern meldpunt
  • Het aantal van 600 klokkenluidersmeldingen gerapporteerd namens de bevoegde autoriteiten aan de Europese Commissie, waarvan er 250 in onderzoek zijn genomen. De inhoud van de meldingen blijft vertrouwelijk
  • Een internationaal netwerk (NEIWA) opgericht met collega-organisaties in EU-landen met inmiddels 32 leden
  • Vele tools en handreikingen voor werkgevers ontwikkeld met bijvoorbeeld informatie over de wet, waar een meldregeling aan moet voldoen of waar je als werkgever op moet letten bij intern onderzoek

Van der Werf: “Na een aanvankelijk moeizame start, heeft het Huis na tien jaar zijn bestaansrecht en meerwaarde duidelijk bewezen.  Steeds meer (potentiële melders) weten ons te vinden. Dat betekent niet per sé dat het aantal misstanden toeneemt, maar dat mensen zich steeds meer uit durven te spreken. En dat is goed, want ze doen het immers uit loyaliteit naar de werkorganisatie of omdat zij hun persoonlijk belang opzij zetten voor het maatschappelijk belang.”

Achtergrond

Grote misstanden zoals de bouwfraude, gebruik van giftige chroom-6 verf, ondeugdelijke landmijnen en atoomspionage leidden na een lange aanloop in 2016 tot de eerste Wet Huis voor Klokkenluiders en de gelijknamige autoriteit. De wet zorgde ervoor dat werkgevers met meer dan 50 werknemers moeten zorgen dat werknemers veilig een misstand kunnen melden (verplichte meldprocedure). Die melding moet adequaat worden opgevolgd en werknemers mogen geen benadeling ondervinden van die melding, zoals overplaatsing of ontslag.

In 2023 verving de Wet bescherming klokkenluiders (Wbk) de voorgaande wet. Deze wet bracht enkele verbeteringen met zich mee op het gebied van klokkenluidersbescherming. De groep mensen die mogen melden, is uitgebreid. Een werknemer kan nu ook direct extern melden waar dat voorheen eerst bij de eigen werkgever moest. En bij benadeling moet nu de werkgever in plaats van de werknemer bewijzen dat de melder niet is benadeeld door het doen van een melding. In de Wbk staat ook dat het Huis toezicht- en handhavingstaken krijgt op enkele onderdelen in de wet. Hoe hier invulling aan moet worden gegeven, is tot op heden nog niet uitgewerkt. Daar is dus aanvullende wetgeving voor nodig, als sluitstuk voor de bescherming van klokkenluiders.