Een handelsonderneming die elektrotechnische producten en systemen levert, groeide in drie generaties uit van een klein familiebedrijf tot een middelgrote onderneming met meer dan honderd werknemers. Vanwege die omvang had de onderneming met wet – en regelgeving te maken, die niet altijd goed werd nageleefd. Vooral als het ging om de financiële bedrijfsvoering en verslaglegging. Kort nadat de financieel directeur van het bedrijf hier intern melding van maakte, werd hij geschorst en ontslagen.
Dit blijkt uit een dubbelonderzoek van het Huis voor Klokkenluiders (het Huis). Het Huis concludeert dat sprake is van een maatschappelijke misstand volgens de Wet bescherming klokkenluiders (Wbk), en van benadeling van de melder, wat diezelfde wet verbiedt.
Martine Bouman, bestuurder Onderzoek van het Huis wijst er op dat de overgang van een klein bedrijf tot een (middel)grote organisatie vaak gepaard gaat met uitdagingen en spanningen: “De informele cultuur die kenmerkend is voor kleine (familie)bedrijven, verhoudt zich soms lastig tot de regels, controles en verplichtingen waar (middel)grote organisaties rekening mee moeten houden.” Zij nodigt bedrijven die een soortgelijke overgang doormaken uit om aan de hand van dit rapport te reflecteren op de vraag of de aansturing, inrichting en bedrijfsvoering van hun organisatie nog stroken met de bedrijfsomvang. Ook bleek dat bij de handelsonderneming een heldere interne meldprocedure ontbrak, ondanks de wettelijke verplichting hiertoe. “Als de handelsonderneming meer oog zou hebben gehad voor een juiste meldprocedure, dan was de verstoring van de arbeidsrelatie in deze casus mogelijk voorkomen of beperkt gebleven.”
Misstand
Het Huis stelt vast dat de manier waarop de handelsonderneming haar voorraden waardeerde in strijd was met wet- en regelgeving. Hierdoor ontstond het risico dat de cijfers in de jaarrekeningen niet juist waren. Daarnaast was de financiële administratie niet op orde en was er gebrek aan aandacht voor naleving van regels op diverse vlakken. Dit bracht het goed functioneren van de onderneming in gevaar. Een voorbeeld hiervan is dat de handelsonderneming eind 2021 op verzoek van een klant facturen stuurde voor bestellingen van niet-voorradige producten en deze optelde bij de omzet van dat jaar. De facturen werden begin 2022 teruggedraaid en afgetrokken van de omzet van 2022. Ook dit was in strijd met wet- en regelgeving.
Benadeling
Het Huis concludeert ook dat de handelsonderneming de financieel directeur op drie manieren benadeelde nadat hij zijn vermoeden van een misstand intern meldde bij de Raad van Commissarissen. Ten eerste schoot de handelsonderneming tekort in de behandeling van de melding. Er werd niet serieus nagegaan of de beweringen die de financieel directeur in zijn melding deed juist waren. Ook maakte de Raad van Commissarissen de identiteit van de financieel directeur bekend toen deze de directeur-grootaandeelhouder op de hoogte stelde van de melding. Korte tijd na zijn melding, werd de financieel directeur bovendien geschorst en later ook ontslagen. Tot slot riep de handelsonderneming medewerkers na het ontslag van de financieel directeur op om het contact met hem te verbreken.
Download hier het rapport.