Voorkomen van benadeling
Een werknemer van een bedrijf dat met gevaarlijke stoffen werkt heeft intern een melding gedaan van een vermoeden van overtreding van veiligheidsprotocollen. Dit levert een gevaar op voor de veiligheid en de gezondheid van meerdere personen. De melding wordt hem niet in dank afgenomen. Integendeel: Hij wordt geïntimideerd en bedreigd en met de melding gebeurt niets.
Hierop neemt de melder contact op met het Huis. Het is voor de adviseur al snel duidelijk dat het hier gaat om een legitiem vermoeden van een misstand met maatschappelijk belang, omdat er gevaar voor de gezondheid van meerdere personen kan (zijn) ontstaan als de veiligheidsprotocollen niet worden nageleefd.
De adviseur van het Huis bespreekt met de melder de handelingsmogelijkheden en brengt de risico’s voor de melder in kaart. Intussen krijgt de melder het bericht dat de werkgever zijn arbeidscontract niet verlengt. Snel handelen is op zo’n moment geboden. Dit geeft voor het Huis reden om bij de werkgever navraag te doen naar de behandeling van de melding. Daarnaast wijst het Huis de werkgever op het verbod om een werknemer te benadelen als gevolg van het doen van een melding.
Deze actie van het Huis leidt ertoe dat de werkgever contact opneemt met de adviseur van het Huis die de melder begeleidt. Met als resultaat dat het contract van de melder alsnog wordt verlengd. Bovendien wordt de melding door de werkgever nu serieus genomen en is er extra aandacht voor de veiligheid. Een mooi resultaat voor een inspanning die toch al gauw enkele maanden in beslag nam.
Luisterend oor en verwijzing
Aan de advieslijn krijgt het Huis geregeld telefoontjes binnen van mensen die geen kwesties op het werk aankaarten, maar wel graag hun verhaal willen doen en zich afvragen of wij kunnen helpen of doorverwijzen.
Een medewerker van het Huis werd gebeld door een man met GGZ-problematiek. Hij was eerder opgepakt door de politie omdat hij tijdens een incident overstuur was geraakt en hij had ook veel problemen met een goede vriend die hem bedreigde.
In zo’n geval laten we deze persoon rustig zijn verhaal doen en bieden we emotionele ondersteuning tijdens het gesprek. We maken hem vervolgens duidelijk waarom wij niets voor hem kunnen betekenen. Voordat we het gesprek beëindigen kijken we samen met de beller of er iemand anders is die hij kan benaderen. Zo kwamen we samen uit op sociaal raadslieden in zijn gemeente en daarvan heeft de adviseur van het Huis de beller het telefoonnummer doorgegeven. De beller was dankbaar voor het luisterende oor en de verwijzing.
Doorvragen en richting geven
Een melder heeft gelezen dat een angstcultuur op het werk ook een misstand kan opleveren en dat hij dan als klokkenluider niet benadeeld mag worden. Volgens de melder voert zijn nieuwe leidinggevende bij een onderwijsinstelling een schrikbewind. Volgens de melder merken de leerlingen niets van deze problemen. De lessen gaan gewoon door en de kwaliteit van de lessen is nog altijd goed.
De adviseur van het Huis bespreekt de situatie met de melder en stelt daarin onder meer de volgende vragen. Wat is er precies aan de hand? Hoeveel mensen hebben last van deze leidinggevende? Zijn ze bereid om zijn verhaal te ondersteunen? En welk maatschappelijk belangen zijn mogelijk in het geding?
Verder is voor het uitbrengen van een goed advies ook van belang of de organisatie een meldregeling voor misstanden heeft en wat daarin staat. Is er bijvoorbeeld een klachtenregeling Ongewenst Gedrag? De adviseur bespreekt de voor- en nadelen van de aanwezige interne mogelijkheden en eventuele alternatieven. Resultaat van de diverse gesprekken tussen de adviseur van het Huis en de melder is dat deze er uiteindelijk zelf voor kiest om contact op te nemen met de externe vertrouwenspersoon van de onderwijsinstelling.
Melding over technische mankementen
Een werknemer doet intern een melding van een vermoeden van ernstige technische mankementen en dit levert naar zijn mening gevaar op voor personen. De werkgever stelt een onderzoek in. Uit intern technisch onderzoek komt naar voren dat er geen sprake is van een misstand. De melder krijgt vervolgens te horen dat er sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie en dat de werkgever ontbinding van zijn arbeidscontract zal vragen bij de kantonrechter.
Deze werknemer neemt daarop contact op met het Huis. De adviseur van het Huis raadt de melder dringend aan meteen een advocaat in de arm te nemen om verweer te voeren tegen de ontbinding en een beroep te doen op het benadelingsverbod dat geldt voor klokkenluiders. Ook wijst de adviseur van het Huis hem de weg naar de Inspectie voor Leefomgeving en Transport om zijn zaak daar aan te kaarten en begeleidt hem bij het opstellen van de melding daarvoor. Omdat de melder nogal is aangeslagen door de hele gang van slagen wijst onze adviseur hem ook op de mogelijkheid van psychosociale ondersteuning. Deze zaak loopt nog en de afloop is nog onbekend.
Gesprek met melder en zijn werkgever
Via onze advieslijn komen we in contact met een melder die vermoedt dat hij vanwege een eerdere interne melding door zijn werkgever wordt benadeeld en dat is wettelijk verboden. De melding werd destijds door de werkgever opgepakt en als gevolg daarvan zijn zaken bijgesteld.
Hiermee leek de zaak afgedaan. Maar toch verandert langzamerhand de positie van de melder: Hij krijgt niet langer interessante projecten en zijn functie wordt minder aantrekkelijk gemaakt. Daardoor voelt hij zich op een zijspoor gemanoeuvreerd en om die reden nam hij contact met ons op voor advies. Was er sprake van benadeling vanwege zijn eerdere melding? Onze adviseur heeft daarop de werkgever een brief gestuurd met uitleg over de positie van de melder en met de boodschap dat hij niet vanwege zijn melding benadeeld mag worden.
Dit leidt ertoe dat de werkgever en melder hierover met elkaar in gesprek zijn gegaan. Er zijn nieuwe afspraken gemaakt over de invulling van de functie waar de melder zich goed in kon vinden. De werkgever gaf aan dat de organisatie weinig ervaring heeft met klokkenluiders en met de beschermingsbepalingen. Dat er sprake van benadeling zou zijn is door de werkgever niet erkend, wel wilde de werkgever zich inzetten voor het bereiken van een oplossing.
Oplossing misstand
We kwamen in contact met een melder die financiële onrechtmatigheden bij een goede doelenstichting meldde bij het Openbaar Ministerie (OM). De stichting draait op subsidie en donateurs. De melder kwam erachter dat grote sommen geld op vreemde tijdstippen naar de bankrekening van de directeur verdwenen. Daarmee geconfronteerd erkende deze wat de melder constateerde en beloofde hij de bedragen terug te betalen. Maar kort daarna kwam hij daarop terug.
De melder kon en wilde geen verantwoordelijkheid dragen voor de situatie en besloot daarop zijn werkzaamheden voor de stichting te beëindigen. Ook deed hij aangifte van het verdwenen geld bij het OM en enige tijd daarna heeft hij zich gemeld bij het Huis.
In samenspraak met de melder nam onze adviseur contact op met onze vaste contactpersoon bij het OM om navraag te doen over de stand van het onderzoek. Het OM heeft de zaak zorgvuldig en voortvarend opgepakt. In dit geval droeg de actie van onze adviseur actief bij aan een inmiddels door het OM in gang gezet strafrechtelijk onderzoek naar de gemelde misstand.
Werkgever komt in beweging
Bij het Huis voor Klokkenluiders meldde zich een vrouw die jaren geleden intern een melding had gedaan over iets wat gebeurde op haar werk. Sindsdien ervaart zij benadeling door de werkgever. Zij vroeg ons om advies en vroeg wat zij daaraan kon doen. Het Huis stuurde daarop de werkgever van melder een brief. Daarin gaven we aan dat op basis van het relaas van de melder mogelijk sprake zou kunnen zijn van benadeling en dat we op grond daarvan de melder zouden kunnen adviseren om bij het Huis een bejegeningsonderzoek te vragen.
Tegelijk gaven we aan dat er misschien ook andere manieren zijn om tot een oplossing te komen. In reactie op de brief besloot de werkgever om mediation aan te bieden waarbij de melder zich op kosten van de werkgever mag laten bijstaan door een advocaat. De mediation loopt nog en de ontvangen signalen hierover zijn voorzichtig positief.
Geen vermoeden van een misstand
Het Huis wordt benaderd door een werknemer met de volgende situatie: Het bedrijf waar hij werkt slaat een andere koers in en de werknemer laat weten het daar niet mee eens te zijn. Sindsdien is er kritiek op zijn functioneren. Uiteindelijk meldt de medewerker zich ziek, maar zijn werkgever accepteert dat niet en wil van hem af.
In deze zaak probeert de adviseur van het Huis te achterhalen wat hier precies aan de hand is. Dat kost de adviseur de nodige tijd en begeleiding voordat er een goed beeld van de situatie ontstaat. Het blijkt om een individueel arbeidsgeschil te gaan. Een heel vervelende situatie voor de persoon in kwestie, maar is daarmee geen vermoeden van een misstand waarin het maatschappelijk belang wordt geraakt. Daarmee is het geen zaak voor het Huis.
Desondanks bekijkt de adviseur met de werknemer wat zijn opties zijn. Wat wil hij? Heeft hij een rechtsbijstandsverzekering? Is hij lid van een vakbond? Is er misschien mediation mogelijk? Dit helpt. Hij blijkt al langer lid te zijn van de vakbond en gaat met hen contact opnemen of ze hem individueel kunnen bijstaan.