Uit een dubbelonderzoek van het Huis voor Klokkenluiders blijkt dat er sprake was van een misstand met maatschappelijk belang bij een Nederlandse gemeente rondom de re-integratie van bijstandsgerechtigden in de arbeidsmarkt. Ook oordeelt het Huis dat de gemeente de meldingen van de financieel beleidsadviseur niet juist opvolgde en daarmee in strijd handelde met het benadelingsverbod uit de Wet bescherming klokkenluiders (Wbk).

Misstand

Voor de uitvoering van een re-integratieproject sloot de gemeente in mei 2022 een overeenkomst met een stichting die hiervoor een speciale methode had ontwikkeld. Een financieel beleidsadviseur van die gemeente zette vraagtekens bij de totstandkoming van dit project, dat in totaal ruim 1,7 miljoen euro kostte. De toenmalig wethouder van Sociale Zaken ondertekende de overeenkomst namens de gemeente.

Het Huis stelt vast dat de wethouder die overeenkomst niet zonder meer had mogen ondertekenen. Het college van burgemeester en wethouders had in mei 2022 namelijk nog geen besluit genomen over de uitvoering van het project. Daarnaast ontbrak een inschatting van de kosten en was niet duidelijk of er een aanbesteding nodig was. De gemeente had min of meer ‘een blanco cheque’ uitgeschreven aan de stichting. Bovendien stelt het Huis vast dat het college de gemeenteraad beter en tijdig had moeten informeren over deze overeenkomst en over de uitvoering van het project.

Martine Bouman, Bestuurder Onderzoek: “De gemeente sloot voor de uitvoering van het re-integratieproject een aantal opeenvolgende overeenkomsten met dezelfde externe partij. Het is in zo’n situatie essentieel dat aan elke overeenkomst steeds een volledig besluitvormingsproces voorafgaat, waarbij rekening wordt gehouden met wettelijke en interne regelgeving. Dit zorgt ervoor dat een gemeente kritisch blijft kijken naar de benodigde werkzaamheden en de bijbehorende kosten.”

Benadeling

Vanaf september 2022 besprak de financieel beleidsadviseur bij herhaling zijn zorgen over het re-integratieproject met zijn leidinggevenden. Hij ging daarbij verder dan wat van een financieel beleidsadviseur verwacht mag worden: hij waarschuwde niet alleen voor mogelijke budgetoverschrijdingen, maar wees ook op gebreken in de besluitvorming rondom het project. Mede daardoor had de gemeente zijn signalen moeten opvatten en opvolgen als een klokkenluidersmelding, concludeert het Huis. Maar dat liet de gemeente na. Ook toen de financieel beleidsadviseur in februari 2024 zijn zorgen over het project vastlegde in een brief aan de gemeentesecretaris, en daarbij duidelijk aangaf dat het ging om een klokkenluidersmelding, behandelde de gemeente deze niet volgens de eisen uit de eigen, interne klokkenluidersregeling en de Wbk. Daarmee stelt het Huis ook benadeling vast.

Bouman: “Als Huis wijzen wij organisaties - en in dit geval de gemeente - op het belang van het herkennen en opvolgen van een interne melding. Uit de Wbk volgt dat een melding van een vermoeden van een misstand vormvrij is. Herkenning begint met bewustwording binnen een organisatie. Het past een leidinggevende om een medewerker, die vanuit zijn professionele deskundigheid zijn zorgen uitspreekt, in ieder geval om een nadere toelichting te vragen. Zowel over de aanleiding van die zorgen als over het (procedurele) vervolg dat die medewerker beoogt met het uitspreken ervan. Een heldere en open communicatie hierover voorkomt dat daarover nadien een misverstand kan ontstaan. Bovendien stelt dit de werkgever in staat om mogelijke misstanden te voorkomen en tijdig op te lossen. En daarin de juiste procedurele weg te bewandelen.”