Huis voor Klokkenluiders constateert benadeling van melder bij vastgoedonderneming

Een medewerker bij een vastgoedonderneming die een vermoeden van een interne misstand meldde, is benadeeld door tekortkomingen in het interne onderzoeksproces. De vastgoedonderneming noch de medewerker spande zich daarnaast voldoende in om een scheiding aan te brengen tussen het vermoeden van de misstand en een reeds bestaand zakelijk geschil. Dat staat in een onderzoeksrapport van het Huis voor Klokkenluiders dat vandaag is verschenen.

  • De medewerker deed in 2012 melding van een vermoeden van een misstand. De melding had onder meer betrekking op ongeoorloofde betalingen aan een functionaris van de vastgoedonderneming. Na aangiftes volgen een FIOD-onderzoek en uiteindelijk een aantal strafrechtelijke veroordelingen.
  • Het Huis voor Klokkenluiders is van oordeel dat twee tekortkomingen in het interne onderzoek van de vastgoedonderneming dat op de melding volgde, hebben geleid tot benadeling van de medewerker.
  • De van fraude betichte functionaris was aanvankelijk te nauw betrokken bij het interne onderzoek. Daarnaast wekte de vastgoedonderneming bij de medewerker onterecht de indruk dat de melding en het interne onderzoek tot niets hadden geleid. Volgens het Huis voor Klokkenluiders moet een melder kunnen vertrouwen op de zorgvuldigheid en onafhankelijkheid van een intern onderzoek, en op de juistheid van de informatie van de werkgever daarover.
  • Andere benadeling door de vastgoedonderneming vanwege de melding ziet het Huis voor Klokkenluiders niet. De afwijzing van een door de medewerker geïntroduceerde potentiële vastgoedkoper en de opzegging van de zzp-overeenkomst met de medewerker vonden plaats vóór de melding. Ook de aangifte die de vastgoedonderneming tegen de medewerker deed in 2013, is volgens het Huis voor Klokkenluiders geen benadeling als gevolg van de melding. De aangifte vloeide redelijkerwijs voort uit de schijnbare (beperkte) betrokkenheid van de medewerker bij de misstand.
  • Tot slot is het Huis voor Klokkenluiders van oordeel dat niet alleen de vastgoedonderneming, maar ook de medewerker onvoldoende scheiding aanbracht tussen het vermoeden van een misstand en een al bestaand zakelijk geschil. Een vermoeden van een misstand vraagt volgens het Huis om een zelfstandig proces, waarin (de schijn) van vermenging met andere processen wordt voorkomen.

Voorafgaand aan de melding

In 2010 gaat de medewerker als zzp’er werken bij een vastgoedonderneming die zich richt op internationale vastgoed-gerelateerde kredieten. De medewerker rapporteert en geeft strategisch advies aan de Chief Restructuring Officer (hierna: de functionaris) van de vastgoedonderneming. Medio 2011 verslechtert de verstandhouding tussen beiden, mede als gevolg van een verschil van inzicht over de verkoopstrategie voor een vastgoedproject. Zij spreken af dat de medewerker zich concentreert op de introductie van een potentiële koper voor het betreffende vastgoedproject. In april 2012 deelt de vastgoedonderneming de medewerker mee dat zij de zzp-overeenkomst opzegt en dat ze niet in zee gaat met de inmiddels door de medewerker geïntroduceerde koper. Er ontstaat een geschil tussen de medewerker en de vastgoedonderneming over de vergoedingen die de vastgoedonderneming aan de medewerker hierdoor verschuldigd zou zijn.

Melding en intern onderzoek

Op 25 mei 2012 doet de medewerker bij de vastgoedonderneming een melding. Deze heeft betrekking op vermoede integriteitsissues binnen de vastgoedonderneming met een nauwe betrokkenheid van de functionaris. Het gaat hierbij onder meer om introductiekosten (ook wel ‘kickback fees’ genoemd). Deze zou de functionaris buiten de vastgoedonderneming om in rekening brengen bij personen die hij namens de vastgoedonderneming heeft ingehuurd. Enkele weken later stuurt de medewerker de melding ook aan het bestuur van de holding waaronder de vastgoedonderneming valt. Kort na de melding benadert de functionaris de Compliance Officer om de aantijgingen te weerleggen. Daarbij betrekt de functionaris ook andere personen die zich kritisch uitlaten over de medewerker. In juli 2012 doet de medewerker aangifte bij de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (hierna: FIOD). Op basis van het interne onderzoek concludeert de Compliance Officer dat de beschuldigingen van de medewerker onvoldoende zijn onderbouwd. In september 2012 deelt de Compliance Officer de medewerker schriftelijk mee dat het dossier is gesloten. Onvermeld blijft dat uit het interne onderzoek belangrijke aandachtspunten voortvloeien voor de vastgoedonderneming en de functionaris. 

Tweede interne onderzoek en onderzoek door FIOD

In oktober 2012 verstrekt de medewerker aanvullende documenten aan de Compliance Officer van de vastgoedonderneming. Deze informatie betrekt de vastgoedonderneming in een uitgebreider intern onderzoek. Dit interne onderzoek leidt in 2013 tot aangiftes van de vastgoedonderneming tegen meerdere personen binnen de vastgoedonderneming, onder wie de functionaris. De aangiftes hebben betrekking op valsheid in geschrifte en oplichting. Ook tegen de medewerker doet de vastgoedonderneming in 2013 aangifte, vanwege de verdenking van (een beperkte) betrokkenheid. Deze aangifte vormt voor het Openbaar Ministerie geen aanleiding om de medewerker te vervolgen, onder meer vanwege het beperkte bewijs en de rol van de medewerker als klokkenluider. De aangifte van de medewerker bij de FIOD speelt een belangrijke rol voor het starten van het FIOD-onderzoek dat resulteerde in strafrechtelijke veroordelingen van meerdere (ex-)medewerkers, onder wie de functionaris. De veroordelingen hebben onder meer betrekking op niet-ambtelijke omkoping en het valselijk opmaken van facturen. De medewerker start in 2014 ook een civiele procedure tegen de vastgoedonderneming in het kader van het in 2012 ontstane zakelijke geschil. Met het sluiten van een vaststellingsovereenkomst in 2016 komt deze civiele procedure ten einde.

Onderzoek Huis voor Klokkenluiders naar benadeling van de medewerker

Het onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders nadien richt zich op de manier waarop de vastgoedonderneming de medewerker heeft behandeld als gevolg van de melding (een bejegeningsonderzoek). Het Huis voor Klokkenluiders is van oordeel dat twee tekortkomingen in het interne onderzoek van de vastgoedonderneming hebben geleid tot benadeling van de medewerker.

Zo was de functionaris te nauw betrokken bij de behandeling van de melding. Hoewel het Huis voor Klokkenluiders niet heeft kunnen vaststellen dat de onafhankelijkheid van het interne onderzoek hiermee daadwerkelijk teniet is gedaan, is hiermee het vertrouwen dat de medewerker mocht hebben in een zorgvuldige behandeling van de melding beschaamd. Daarnaast wekte de vastgoedonderneming bij de medewerker in 2012 onterecht de indruk dat de melding (en het interne onderzoek) tot niets had geleid. Een melder moet kunnen uitgaan van de juistheid van de informatie die hij van een werkgever (of in dit geval opdrachtgever) krijgt over de afhandeling van een melding. De twee onzorgvuldigheden leidden tenminste tot een dusdanige procedurele onrechtvaardigheid, dat deze als benadeling is aan te merken. Andere vormen van benadeling door de vastgoedonderneming als gevolg van de melding heeft het Huis voor Klokkenluiders niet kunnen vaststellen.

Een vermoeden van een misstand vraagt om een zelfstandig proces waarin (de schijn) van vermenging met andere processen wordt voorkomen. Het Huis voor Klokkenluiders stelt vast dat niet alleen de vastgoedonderneming, maar ook de medewerker zich onvoldoende inspande om een duidelijke scheiding aan te brengen tussen enerzijds het vermoeden van een misstand, en anderzijds hun reeds bestaande zakelijke geschil.

Anonimiteit

Het Huis voor Klokkenluiders noemt geen namen van medewerker en werkgever (in dit geval opdrachtgever). Zelfs niet als anderen (betrokkenen zelf of media) wel namen noemen of dat eerder al deden. Door de garantie van anonimiteit kunnen medewerkers, werkgevers en getuigen zich altijd vrij voelen om hun informatie vertrouwelijk te delen met het Huis voor Klokkenluiders.