Waarden en normen

Tweede van de zeven onderdelen van integriteit

Het belang van een goede gedragscode

Elke organisatie die waarde hecht aan ethiek heeft in ieder geval een gedragscode. Dit is belangrijk omdat iedereen die voor de organisatie werkt, weet wat van hem of haar wordt verwacht. De gedragscode dient zoveel mogelijk aan te sluiten op maatschappelijke verwachtingen. Door  de waarden uit de gedragscode  zowel intern als extern te delen, weten de mensen en partijen met of voor wie u werkt waar uw organisatie voor staat.

Waarden en normen zijn niet vrijblijvend. Ze geven richting bij alledaagse én lastige momenten op de werkvloer. Zo vormen ze een belangrijk ijkpunt voor uw organisatie. Het is belangrijk dat het handelen door de organisatie en het gedrag van de leiding, toezichthouders en medewerkers overeenkomt met de waarden en normen van de organisatie.

Een goede gedragscode is verhelderend, inspirerend en ondersteunt de leiding en medewerkers bij beslissingen, of deze nu gemakkelijk of moeilijk zijn. Zo geeft een gedragscode richting aan de gewenste cultuur in een organisatie. Zorg ervoor dat de gedragscode niet alleen een schriftelijke werkelijkheid is, maar ook echt leeft doordat het tot uiting komt in het handelen en gedrag!

Tips voor commissarissen

  1. Neem kennis van de gedragscode van de organisatie waar u toezichthouder bent en/of van sectorspecifieke of andere van toepassing zijnde codes. Vraag u af in hoeverre de waarden en normen van de organisatie overeen komen met uw persoonlijke waarden en normen.
  2. Ga met uw collega-commissarissen en de bestuurders het gesprek aan over de waarden en normen en wat deze voor u betekenen. Bespreek de manier waarop u er invulling aan geeft in termen van zichtbaar gedrag. Goed voorbeeld doet immers goed volgen. Op deze wijze gaan de waarden en normen leven. Bespreek ook in hoeverre de waarden en normen passen bij de strategie van de organisatie.
  3. Ga het gesprek aan met het bestuur over de wijze waarop de waarden en normen van de organisatie zijn vertaald in termen van concreet gedrag (wat is gewenst, wat is ongewenst) en toets dit tijdens werkbezoeken of informele contactmomenten met medewerkers.
  4. Laat u informeren over de wijze waarop het bestuur de gedragscode in de organisatie implementeert en levend houdt en wat het bestuur doet bij niet-naleving van de code.