
Regelgevend kader
Welke eisen staan er in Boek 2 BW en de Nederlandse Corporate Governance Code?
Boek 2 BW
Boek 2 BW bevat bepalingen over de Raad van Commissarissen (RvC), maar is uiterst summier over de taken van de RvC. Directe voorschriften over toezicht houden op integer handelen bevat Boek 2 BW niet.
De Nederlandse Corporate Governance Code
Voor commissarissen van beursgenoteerde vennootschappen is de Nederlandse Corporate Governance Code (2022, geactualiseerd in maart 2025) relevant (hierna: de Code). De Code is geen wet en geldt niet voor alle private ondernemingen en ook niet voor organisaties in de publieke of semipublieke sector. Van de corporate governance code gaat een grote normerende werking uit, ook voor ander organisaties dan beursgenoteerde ondernemingen. Het is daarom interessant om te kijken naar de uitgangspunten van de Code, ook omdat deze vaak als referentiekader dient voor andere, sectorspecifieke codes. Voorbeelden van sectorspecifieke codes zijn de Code Banken en de Code Pensioenfondsen in de financiële sector. Ook de zorgsector (Governancecode Zorg), de woningcorporaties (Governancecode Woningcorporaties) en de onderwijssector (verschillende codes per type onderwijsorganisatie) kennen sectorspecifieke codes. In het vervolg gaan we in op een aantal relevante aspecten van de Nederlandse Corporate Governance Code. Het is uiteraard raadzaam voor commissarissen om na te gaan of er een sectorspecifieke code van toepassing is.
Onder de Uitgangspunten van de Code wordt benoemd dat goed ondernemerschap en goed toezicht essentiële voorwaarden zijn voor stakeholders voor het vertrouwen in het bestuur en het toezicht. “Daaronder zijn begrepen integer en transparant handelen door het bestuur en het afleggen van verantwoording over het toezicht door de raad van commissarissen.” Dit algemene uitgangspunt wordt in de Code verder niet uitgewerkt. Wat verstaan dient te worden onder ‘integer en transparant handelen door het bestuur’ en of en zo ja, hoe u als commissaris hier toezicht op zou moeten houden wordt door de Code niet geconcretiseerd.
De Code biedt wel andere aanknopingspunten: onder de uitgangspunten wordt beschreven dat de Code berust op het uitgangspunt dat de organisatie een lange termijn samenwerkingsverband is van diverse bij de organisatie betrokken stakeholders. Tevens staat daar: “het bestuur en de raad van commissarissen hebben een verantwoordelijkheid voor de afweging van deze belangen (…)”. Daar ontstaat de koppeling naar integriteit. Integer handelen vereist immers dat rekening wordt gehouden met belanghebbenden. De Code zegt daarover: “stakeholders moeten erop kunnen vertrouwen dat hun belangen op zorgvuldige wijze worden meegewogen, omdat dit een voorwaarde is voor hen om binnen en met de vennootschap samen te werken”.
In de Principes die in de Code worden beschreven vinden we verschillende verwijzingen naar of koppelingen met integriteit. We behandelen hierna de relevante principes.
Het doel van de Code is het met of in relatie tot wet- en regelgeving bewerkstelligen van een deugdelijk en transparant stelsel van checks and balances binnen Nederlandse beursgenoteerde vennootschappen en het daartoe reguleren van de verhoudingen tussen het bestuur, de raad van commissarissen en de algemene vergadering/aandeelhouders. De Naleving van de Code is gebaseerd op het ‘pas toe of leg uit’-principe.
Samenvattend
De Corporate Governance Code en sectorspecifieke codes bevatten diverse impliciete en expliciete voorschriften voor het toezicht door de commissaris in relatie tot het integer handelen in en door de organisatie. De meer expliciete voorschriften bieden handvatten voor de raad om invulling te geven aan de taken en verantwoordelijkheden en vragen om een nadere concretisering. Bijvoorbeeld over de vraag welke transacties en belangen van commissarissen in het kader van belangenverstrengeling van materiele betekenis zijn. Het vereist ook dat commissarissen zich laten informeren over bijvoorbeeld de meldregeling en dat zij zicht hebben op de cultuur.
De expliciete voorschriften leggen verplichtingen op aan commissarissen voor onderdelen van het integriteitsbeleid, terwijl zij mogelijk onvoldoende zicht hebben op het geheel en de samenhang tussen de verschillende onderdelen van dat beleid.
In de hoofdstukken hierna gaan we nader in op de vraag waarom het voor u als commissaris belangrijk is om het overkoepelende onderwerp ‘integriteit’ op de agenda te zetten. Dat doen we allereerst vanuit de kerntaken die u heeft, waaronder die als werkgever van het bestuur.