Wetgeving

Wet bescherming klokkenluiders

Op 18 februari 2023 is de Wet bescherming klokkenluiders (Wbk) in werking getreden. Deze wet wijzigde de Wet Huis voor klokkenluiders (uit 2016) en dient ter implementatie van de Europese Klokkenluiders Richtlijn*.
 

* Wijziging van de Wet Huis voor klokkenluiders en enige andere wetten ter implementatie van Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 (PbEU 2019, L 305) en enige andere wijzigingen | Kamerstuk 35851.

Het doel van de Wbk is om de klokkenluider te beschermen en te zorgen dat er geen benadeling plaatsvindt. Daartoe heeft het Huis als wettelijke taken preventie, advies en onderzoek. Bij de behandeling van de wet is bepaald dat het Huis ook een toezichts-, en sanctietaak krijgt, met de bijbehorende bevoegdheden. Dat is het sluitstuk van de rechtsbescherming binnen een democratische rechtsstaat.

Er is nog laatste afronding nodig

De artikelen 3a lid 3 sub e en 17i Wbk die betrekking hebben op deze toezichts-, en sanctietaak zijn nog niet inwerking getreden.  Hiervoor is aanvullende regelgeving nodig. Zonder deze wettelijke taken voor het Huis zijn er geen consequenties verbonden aan het niet naleven van de Wbk. In de Kamerbrief van afgelopen zomer*, beperkt de minister de toezichts- en handhavingstaken van het Huis tot de verplichte meldregeling en informatieplicht voor grotere organisaties en de identiteitsbescherming van melders.

De mogelijkheid om schending van het benadelingsverbod te kunnen sanctioneren, zoals nu opgenomen in artikel 3a lid 3 sub e Wbk, heeft de minister voorlopig ‘on hold’ gezet. Het Huis ziet handhaving van dat benadelingsverbod echter als noodzakelijk sluitstuk van de bescherming van klokkenluiders.

* 13 Kamerstukken TK, 2024-205, 35851, nr. 74