Integriteit en klokkenluiden in 2025 - 3

Ook werkgevers zoeken contact met het Huis

Werkgevend Nederland steekt in 2025 vaak het licht op bij het Huis. Met vragen als: Is onze meldregeling wel op orde?
Wat moet ik doen als iemand meldt?

Het Huis signaleert dat werkgevers soms moeite hebben met wat ze wel of niet mogen terugkoppelen over de stand van zaken of uitkomst van een onderzoek richting de melder en dan maar zo weinig mogelijk terugkoppelen. Dit heeft soms als consequentie dat een melder zich niet serieus genomen voelt en niet weet of hij de zaak kan laten rusten of niet.

Soms is voor een directeur/bestuurder/lid RvC onduidelijk waar zij zelf terecht kunnen voor advies over een melding, bijvoorbeeld als de melding gaat over een persoon die normaal gesproken de melding zou moeten behandelen, zoals een leidinggevende of klachtenbehandelaar. Andersom valt op dat meldingen, die terecht komen bij bijvoorbeeld een RvC, niet altijd serieus worden genomen of niet goed worden opgepakt. In het algemeen – dus niet over concrete zaken – deelt het Huis informatie en kennis met werkgevers over het hebben en correct toepassen van een meldregeling als onderdeel van een goed integriteitsbeleid. 

Afgelopen jaar hebben ook vertrouwenspersonen, advocaten en compliance officers het Huis benaderd met vragen. Zij kunnen bij de afdeling Kennis & Preventie met algemene vragen terecht. Soms wordt gerichte informatie gezocht over de Wbk of willen zij hun werkwijze toetsen. Het Huis helpt ze verder op weg. De maatschappelijke taak van het Huis groeit elk jaar verder.

Moment van melding

Op basis van gesprekken met adviesverzoekers signaleert het Huis dat, als medewerkers die intern bij een leidinggevende een mogelijke misstand aan de orde stellen maar daar niet direct het woord ‘melding’ opplakken, er dan soms niks met die melding wordt gedaan.Deze mensen komen soms terecht bij het Huis, maar in de tussentijd ervaren zij al benadeling door de werkgever. Het Huis is van mening dat de bedoeling van de Wbk is dat de melder ook in dat geval bescherming geniet; de bescherming zou moeten ingaan vanaf het moment dat de persoon het vermoeden op een serieuze manier en herkenbaar als een melding, bij de juiste persoon heeft aangekaart. Dat volgtook uit de ontwikkeling in de rechtspraak hierover. Het Huis ziet hier niet alleen voor de werkgever een verantwoordelijkheid, maar ook voor de medewerker om aantoonbaar en herkenbaar te (laten) melden.

Beeld: © Huis voor Klokkenluiders

Jurisprudentie

Sinds de invoering van de Wbk hebben verschillende rechtbanken uitspraken gedaan in zaken, waarbij mogelijk sprake zou zijn van een klokkenluiders- melding en de werknemer zich beroept op het benadelingsverbod. Het Huis constateert dat rechters het begrip ‘melding van een vermoeden van een misstand’ verschillend interpreteren en toepassen. Dat geldt ook voor de manier en het moment waarop is gemeld en waar er gemeld is.


Zo behandelt de ene rechter een melding alleen als dusdanig, wanneer via een formele meldregeling is gemeld, waar een andere rechter een e-mail voldoende vindt. In de uitspraken is wel duidelijk een rode draad te herkennen: een melding moet herkenbaar en aantoonbaar zijn*. In andere uitspraken blijkt dat het moment waarop de melder contact opneemt met het Huis voor advies door de rechter gezien wordt als het moment van melden. Formeel is contact opnemen voor advies bij het Huis, geen melding in de zin van de Wbk. Een interne melding bij de werkgever of een externe melding bij een bevoegde autoriteit, zoals het Huis, is dat wel. Uiteraard geldt dat per uitspraak de feiten en omstandigheden verschillen. Verder heeft de Hoge Raad op grond van de Wbk uitgesproken dat een omgekeerde bewijslast geldt; de werkgever moet bewijzen dat er geen sprake is geweest van benadeling**

* In het eerste gepubliceerde onderzoek van het Huis wordt door het Huis een vergelijkbaar uitgangspunt gehanteerd, zie gepubliceerd rapport ‘Storten van grond’, 1 mei 2019, p. 24
**HR 7 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:190