
Integriteit en klokkenluiden in 2025 -2
Het Huis signaleert dat het begrip ‘werkgerelateerd’ als criterium van de wet niet altijd bekend is.
De Wbk bepaalt dat – om voor bescherming in aanmerking te komen – het vermoeden van een misstand geconstateerd moet worden tijdens de uitoefening van de werkzaamheden van de betreffende persoon.
Het Huis is er dus voor meldingen door personen met een arbeidsrelatie. Soms is die er niet, zoals een patiënt in een ziekenhuis of een leerling op school. Zij kunnen geen beroep doen op de Wbk. Wel helpt het Huis deze verzoekers met hoe en waar zij hun melding wél kunnen aankaarten. In 2025 ging dat om 28% van de contacten.
Melder ervaart nog vaak benadeling
Het Huis ziet dat 88% van de adviesverzoekers (die het Huis benaderen met een vermoeden van een misstand) een vorm van benadeling ervaart, zoals (dreigend) ontslag of het niet verlengen van een arbeidscontract. De Wbk is bedoeld om het melden van misstanden niet alleen zo laagdrempelig mogelijk te maken, maar ook veilig. Het verontrust het Huis dat er in zoveel gevallen benadeling wordt ervaren door adviesverzoekers.
Het Huis kan als enige van de bevoegde autoriteiten gericht onderzoek doen naar benadeling van klokkenluiders (waarover meer in het hoofdstuk ‘Onderzoek’). In 2025 was een deel van de misstandmeldingen ook direct een verzoek tot onderzoek naar de benadeling die de melder ervoer. Soms is het benadelingsverbod in de Wbk onvoldoende bekend, soms negeert de werkgever dit verbod. De mogelijkheid van het Huis om op dat verbod te kunnen handhaven zou de betekenis van de Wbk voor de bescherming van de klokkenluider verder versterken, maar de minister wil voorlopig nog niet overgaan tot de inzet van deze bevoegdheid*.
*Kamerstukken TK, 2024-205, 35851, nr. 74
Mogelijke klokkenluiders
Het afgelopen jaar had het Huis 90 klokkenluiderszaken onder handen waarbij de verzoeker advies vroeg aan het Huis hoe hiermee verder te gaan. Het Huis heeft deze advieszaken aangemerkt als een vermoeden van een misstand conform de Wbk. Afgezet tegen het aantal contacten lijkt dat op het eerste oog niet veel. Toch is dat te verklaren: al aan de voordeur weet het Huis veel mensen verder te helpen. Door de expertise op een vroeg moment in te zetten, kunnen misstanden soms op voorhand worden voorkomen.
Zo had een medewerker van een school intern een melding gemaakt van het niet naleven van de brandveiligheidsvoorschriften in het scheikundelokaal. In eerste instantie deed de school niets met de melding. Nadat de medewerker het Huis hierover benaderde en het Huis contact opnam met de school, werden de voorschriften alsnog gehandhaafd. Erger werd daarmee direct voorkomen.
Een opvallend aantal nieuwe zaken had te maken met vermoedens betreffende administratieve onregelmatigheden of het niet opvolgen van interne richtlijnen. Het ging daarbij bijvoorbeeld om het geven van een onjuiste voorstelling van zaken ten behoeve van het aanvragen van subsidie of private financiering of van het voldoen aan professionele kwalificaties. Daarnaast benaderden mensen het Huis over het naleven van voorschriften, materiële veiligheid en het productieproces. Tevens zijn een ongezond werkklimaat, angstcultuur en grensoverschrijdend gedrag, zaken waar het Huis vaak voor wordt benaderd. Vooral medewerkers uit de (semi)publiekesector komen binnen met dit type zaken.
Sociale (on)veiligheid
Tien jaar geleden bij de implementatie van de wet* en de oprichting van het Huis ging, maatschappelijk gezien, vooral aandacht uit naar het voorkomen van onder andere fraude, corruptie en fysieke veiligheids- en gezondheidsrisico’s. Alhoewel het Huis dit type meldingen nog steeds ziet, is er de laatste jaren een enorme toename in de aandacht op de werkvloer (en dus ook van het aantal meldingen) op het gebied van sociale (on)veiligheid, ongewenst gedrag en angstcultuur.
* In 2016 werd de wet Huis voor Klokkenluiders geïmplementeerd die daarna werd herzien door de Wet bescherming klokkenluiders.